Terug in Zuid-Afrika

24 juli 2018 - Pilanesberg National Park, Zuid-Afrika

‘Ik heb tandpijn’ klinkt het vroeg in de ochtend… Louis heeft al enkele dagen last, hopelijk redt hij het tot we thuis zijn. Met een pijnstiller slaapt hij gelukkig verder.
We geven onze laatste pula’s uit aan brandstof en aan inkopen in de Spar in Serowe, in gedachten houdend dat we straks de grens naar Zuid-Afrika oversteken, en de grens mogelijk ineens een vet fence is. We profiteren van de laatste kans om de kaartjes voor het thuisfront te posten nu we nog in Botswana zijn en rijden richting Martin’s Drift, de grenspost. 
Deze is beduidend groter dan Pont Drift, langswaar we binnen kwamen, maar met de drukte valt het mee. Ook hier vormt de Limpopo rivier de grens, maar deze keer moeten we niet door het water. Er is een brugje waar het verkeer uit beide richtingen beurtelings over mag. Aan de andere kant staan de vrachtwagens dan weer wel in een lange rij aan te schuiven.

In Zuid-Afrika rijden we langs tuinbouwbedrijven van rijke blanke boeren, waar het zwarte personeel op het veld werkt, en langs privé wild parken. Het vlakke Botswana heeft hier plaats gemaakt voor rotsachtige heuvels en tafelbergen. Ook het zuidafrikaans is terug, en we lachen om plaatsnamen als Bierspuit, of de rivier Koffiewater. We lunchen langs de kant van de weg terwijl nieuwsgierige wrattenzwijnen ons aankijken.
Het is hier druk, het verschil met Botswana met slechts anderhalf miljoen inwoners is groot. De schoolvakantie van begin juli, toen we veel mensen met kinderen op vakantie tegen kwamen, is voorbij. De school is uit en Emiel lacht met het uniform van de plaatselijke school. Zelfs tieners dragen een korte short en kniekousen, voor ons inderdaad een gek gezicht.

Onze allerlaatste stop van de vakantie is Pilanesberg Wildpark, op een tweetal uur van Johannesburg. We slapen aan Bakgatla Gate, maar gaan vandaag het park niet meer in. De camping is reusachtig, er zijn meer dan honderd plekken zij aan zij. Maar nu is het rustig, slechts een vijftal plaatsen zijn bezet. Louis en Emiel hebben het grote zwembad voor zich alleen. Na het zwemmen smeken ze om een warme douche om de kou van zich af te spoelen. Voor het eerst in lang slapen we op een omheinde camping, dus hier is hun bewegingsvrijheid wat groter. 
Met het ondergaan van de zon slaat de kou hard toe… Die jaagt ons vroeg onze tenten in. Het doet ons denken aan Namibië, twee jaar geleden, toen het ’s nachts op het einde van de reis ook heel koud was.

Foto’s